Nieuwsbrief Rechtspraak | Editie 7 2024
Wolters Kluwer
Nieuwsbrief Rechtspraak | Editie 7 2024
Schulinck Omgevingsrecht
Samenvatting
Noot (E. Pissierssens)
Uitspraken
Om het vermoeden van vergunning in te roepen, moet er sprake zijn van een "bestaande" constructie. Een constructie die men te veel aangepast of gewijzigd heeft, kan niet meer als bestaande constructie beschouwd worden.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning die gaan over een vergunningsplichtige functiewijziging van een gebouw of een gebouwencomplex. Dan mag de vergunningverlenende overheid onder bepaalde voorwaarden afwijken van de bestemmingsvoorschriften. Het geheel van gebouwen moet heel dicht bij elkaar liggen om te spreken van een gebouwengroep. De open ruimte tussen de gebouwen moet verhoudingsgewijs erg beperkt zijn vergeleken met de directe omgeving.
Een aanvraag die het vergunningverlenend bestuursorgaan onverenigbaar vindt met het recht of met de goede ruimtelijke ordening kan men toch verlenen. Dit wanneer men de overeenstemming kan waarborgen door het opleggen van voorwaarden. Met een beperkte aanpassing van de ingediende plannen meegerekend. De opgelegde voorwaarden en beperkte planaanpassingen mogen niet dienen om gaten in een aanvraagdossier op te vangen. En de planaanpassingen moeten een ‘beperkt’ karakter hebben.
Onteigening is alleen mogelijk als dit noodzakelijk is.  Deze onteigeningsnoodzaak gaat op cumulatieve manier over de volgende drie onderdelen: 1. het doel van de onteigening2. de onteigening als middel3. het voorwerp van de onteigening De onteigenende instantie kan achteraf niet het onteigeningsdoel en -noodzaak baseren op gegevens die niet ter inzage hebben gelegen.
Het agentschap Onroerend Erfgoed kan in adviezen tot een voortschrijdend inzicht komen. Dit door eerdere (informele) communicatie met de belanghebbende over andere projecten op het aanvraagperceel. Dat betekent niet dat de verleende adviezen gegeven in deze vergunningsprocedure fout, niet nauwkeurig of niet terecht zijn. Ook de administratieve beroepsoverheid moet zich aan een bindend ongunstig advies in eerste aanleg houden. Dit zelfs wanneer het agentschap Onroerend Erfgoed in beroep een gunstig advies verleent.
De bevoegde overheid kan voorwaarden verbinden aan een omgevingsvergunning. Die voorwaarden moeten voldoende precies zijn. Ze moeten ook in redelijke relatie staan met de vergunde stedenbouwkundige handelingen. Verder moeten ze door toedoen van de aanvrager te verwezenlijken zijn.
Artikel 4.2.1 5° VCRO voorziet een vergunningsplicht voor het in gebruik nemen van de grond. Dit betekent het terrein als zodanig. 
Onteigening is alleen mogelijk ten algemenen nutte. Als zij ook een privaat belang dient, kan dat maar zolang het algemeen nut primeert. Het aanleggen van een gemeenteweg om een veilige verbinding te creëren vormt een doelstelling van algemeen belang.
De drievoudige termijnverlenging geldt “met behoud van de toepassing van paragraaf 2/1”. Hieruit volgt dat de verlenging van de beslissingstermijn op grond van artikel 66, § 2, niet verhindert dat de beslissingstermijn nog verder wordt verlengd na een verzoek daartoe van de aanvrager. Evenmin wordt de toepassing van deze bepaling verhinderd door een eerdere verlenging van de beslissingstermijn na een verzoek daartoe van de aanvrager.
De verkavelingsplicht geldt alleen wanneer de verdeling gebeurt met het oog op het creëren van op zichzelf staande bouwrijpe loten. Een grond verdelen waarbij de kavels niet dienen om een volledige woning op te richten, voldoet bijgevolg niet aan de definitie verkavelen.
Verzoek om toezending rechtspraak
Wij vragen je om uitspraken die je ons stuurt, eerst te anonimiseren.
Bij voorbaat dank voor je medewerking!
Heb je commentaar of suggesties, neem dan contact met ons op.